Inleiding

Als alles goed gaat, kent 2017 de grootste verandering in het gefragmenteerde Europees octrooilandschap in 40 jaar: de lancering van een gezamenlijk systeem voor octrooiregistratie en octrooigeschillen voor het grootste deel van de Europese Unie. Een nieuw eengemaakt octrooigerecht zal één enkel rechtsgebied voor octrooirecht tot stand brengen in tenminste 13 deelnemende EU-lidstaten. Na verlening van een Europees octrooi zal de octrooihouder de mogelijkheid hebben om eenheidswerking van het octrooi te vorderen in dit nieuwe rechtsgebied.

Eengemaakt octrooirecht

In de huidige situatie moet een verleend Europees octrooi worden gezien als een bundel van de nationale rechten in die landen waar de octrooihouder het Europees octrooi heeft gevalideerd en gehandhaafd. Nationale rechters beslissen over inbreuken op en validiteit van Europese octrooien. Grensoverschrijdende verboden van nationale rechters zijn een uitzondering. In geval van een grensoverschrijdende inbreuk op een octrooi kunnen rechtsprocedures daartegen in de desbetreffende landen resulteren in hoge kosten en uiteenlopende beslissingen. Tussen nationale rechtsgebieden bestaat geen harmonisatie ten aanzien van verschillende punten van materieel recht (bijvoorbeeld de equivalentietheorie of indirecte inbreuken) en formeel recht (bijvoorbeeld de processnelheid en de hoogte van toegekende schadevergoedingen). Dit leidt tot een gebrek aan rechtszekerheid en forumshopping.

Het nieuwe eengemaakte octrooigerecht, of UPC (Unified Patent Court), moet deze problemen oplossen en zal exclusieve rechtsmacht hebben voor rechtsprocedures in verband met Europees octrooien en aanvullende beschermingscertificaten, met of zonder eenheidswerking. Houders van Europese octrooien zonder eenheidswerking zullen echter gedurende een overgangsperiode de mogelijkheid hebben om zich aan deze rechtsmacht te onttrekken (‘opt out’). Het UPC zal geen bevoegdheid hebben ten aanzien van nationale octrooien.

Het UPC zal bestaan uit een Gerecht van eerste aanleg, een Hof van beroep en een griffie. Het Gerecht van eerste aanleg zal bestaan uit een centrale afdeling gezeteld in Parijs met afdelingen in Londen en München, en lokale en regionale afdelingen in een aantal deelnemende staten.

De Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht is door alle EU-lidstaten ondertekend, met uitzondering van Spanje, Polen en Kroatië. Om in werking te treden zal ze moeten worden geratificeerd door ten minste 13 staten, waaronder Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Tot dusver hebben negen landen de Overeenkomst geratificeerd. Naar verwachting zullen tegen het eind van 2016 voldoende landen de Overeenkomst hebben geratificeerd om het eengemaakt octrooigerecht begin 2017 van start te kunnen laten gaan.

Opt out

Gedurende een overgangsperiode zullen houders van Europese octrooien waarvoor geen eenheidswerking wordt gevorderd de mogelijkheid hebben om hun zaak aanhangig te maken bij een nationale rechter in plaats van bij het UPC, tenzij het octrooi al onderwerp is geweest van een eerdere procedure bij het UPC. Deze optie zal er niet zijn voor octrooien met eenheidswerking, ten aanzien waarvan het eengemaakt octrooigerecht exclusieve rechtsmacht heeft.

Een zaak aanhangig maken bij het UPC heeft als voordeel dat de rechter verboden kan uitvaardigen en schadevergoedingen kan toekennen voor alle UPC-lidstaten, maar heeft als nadeel dat de rechter het octrooi nietig kan verklaren voor alle UPC-lidstaten. Een octrooihouder kan ook andere redenen hebben om in een bepaalde zaak de voorkeur te geven aan een nationale rechter.

Een derde kan een nietigheidsactie instellen bij de centrale afdeling van het UPC om een Europees octrooi nietig te laten verklaren voor alle UPC-lidstaten. Om een dergelijke centrale aanval te voorkomen, kan de houder van een Europees octrooi zonder eenheidswerking een ‘opt out’ laten registreren bij de griffie van het UPC. In dat geval moet een derde zijn nietigheidsactie instellen bij de verschillende nationale rechters. Een ‘opt-out’ kan worden geregistreerd tegen betaling van een vergoeding. De officiële vergoeding bedraagt EUR 80. Er geldt een termijn van 6 maanden voor registratie van een dergelijke ‘opt out’ vóór de start van het eengemaakt octrooigerecht.

Een ‘opt out’ kan ook worden geregistreerd voor lopende aanvragen voor Europees octrooien en aanvullende beschermingscertificaten voor een product dat wordt beschermd door een Europees octrooi zonder eenheidswerking. Voor octrooien met eenheidswerking zal het niet mogelijk zijn een ‘opt out’ te registreren, zodat het UPC exclusieve rechtsmacht zal hebben.

Indien geen ‘opt out’ is geregistreerd, kan de houder van een octrooi zonder eenheidswerking er nog steeds voor kiezen om zijn zaak aanhangig te maken bij een nationale rechter zolang het octrooi geen onderwerp is geweest van een eerdere procedure aanhangig gemaakt bij het UPC.

Een octrooihouder die kiest voor een ‘opt out’ kan op een later moment om strategische redenen kiezen voor een ‘opt in’ ten aanzien van de rechtsmacht van de UPC, mits nog geen procedure bij een nationale rechter is begonnen.

De overgangsperiode is zeven jaar, maar kan met nog eens zeven jaar worden verlengd.

‘Opt out’ voor Europese octrooien zonder eenheidswerking
Waarom? – voorkomen van een centrale aanval via het UPC

– ‘opt in’ is mogelijk zolang geen procedure bij een nationale rechter is begonnen

Waarom niet? – jurisprudentie van het UPC kan leiden tot meer voorspelbaarheid

– parallelle nationale rechtsprocedures worden vermeden

– UPC-uitspraken hebben werking in alle UPC-lidstaten

– naar verwachting zullen procedures bij het UPC sneller zijn dan die bij de meeste nationale rechters