Voor specifiek op uw situatie toegesneden advies kunt u zich wenden tot De Vries & Metman. Het eerste oriënterende gesprek van ca. een half uur is kosteloos en vrijblijvend. Hiernaast vindt u alvast nadere informatie over diverse aspecten die bij het gesprek aan bod kunnen komen.
Zolang er nog geen "wereldoctrooi" bestaat, dient nog in meerdere landen of gebieden afzonderlijk octrooi te worden aangevraagd, teneinde ook buiten Nederland octrooibescherming te verkrijgen. Zowel voor Nederland als voor de meeste landen daarbuiten geldt dat met behulp van een octrooi vrijwel elke commerciële handeling met een geoctrooieerde uitvinding zonder toestemming van de octrooihouder via de rechter in dat land kan worden verhinderd.
Bij commerciële handeling moet worden gedacht aan zowel productie als export, import, verkoop, bedrijfsmatig gebruik en dergelijke. Afhankelijk van de uitvinding kan bijvoorbeeld worden gekozen voor bescherming van de uitvinding in landen met productiefaciliteiten en/of in landen waar zich de markt bevindt.
De meeste landen ter wereld hebben een verdrag ondertekend, het zogenaamde Unieverdrag van Parijs, waarin o.a. is geregeld dat een octrooiaanvrager op basis van zijn eerste octrooiaanvraag in een bepaald land het recht heeft om overeenkomstige octrooiaanvragen voor dezelfde uitvinding binnen 12 maanden na indiening van de eerste aanvraag in andere landen of gebieden in te dienen.
Deze overeenkomstige octrooiaanvragen krijgen dan dezelfde datum (voorrangsdatum) als de eerste octrooiaanvraag. Dit heeft het grote voordeel dat dit zogenaamde prioriteitsjaar kan worden gebruikt om te onderzoeken of het wel zin heeft de hogere kosten te maken die zijn verbonden aan het indienen van octrooiaanvragen in andere landen. Dit onderzoeken slaat zowel op het onderzoeken van de technische en commerciële haalbaarheid van de uitvinding als op het onderzoeken van de haalbaarheid van de octrooiaanvraag, in het bijzonder door het laten uitvoeren van het nieuwheidsonderzoek. Bij commerciële haalbaarheid kan worden gedacht aan het onderzoeken van de markt voor het opzetten van een eigen exploitatie, of het vinden van licentienemers of financiers die de kosten voor productie en/of verdere octrooibescherming op zich willen nemen. Dit commerciële haalbaarheidsonderzoek kan zich ook tot het buitenland uitstrekken. De aanvrager heeft immers op basis van de eerste aanvraag in bijna alle landen een jaar lang het recht op indiening van een overeenkomstige octrooiaanvraag met voorrang. Teneinde het prioriteitsjaar ten volle te kunnen benutten dient een aanvraag niet te vroeg te worden ingediend omdat anders het gevaar bestaat dat aan het einde van het prioriteitsjaar te weinig inzicht bestaat over de kansen van de uitvinding. Het is dan moeilijk te beslissen of het indienen van octrooiaanvragen in het buitenland zinvol is. Anderzijds is de octrooiaanvraag bij voorkeur ingediend voordat met derden over de uitvinding wordt gesproken (zie informatie bij Geheimhouding). Deze afweging brengt derhalve een dilemma met zich tussen het niet te vroeg en niet te laat indienen van een octrooiaanvraag. De gemachtigden van De Vries & Metman kunnen u adviseren over het geschikte moment voor indiening.